Tegen/licht

Alex de Groot (Groningen, 16 juni 1966 – Amsterdam, 8 mei 2020) wilde op zijn veertiende, vijftiende al fotograaf of regisseur worden. Had eigenlijk de opleiding niet echt nodig, daar leerde hij niet veel. Zijn stage bij Marcel van der Vlugt, dáár heeft hij het fotograferen geleerd.

Hij studeerde in 1990 met negens af op een serie foto’s van Herman Brood. En heeft inmiddels (onder meer uiteraard) een leuk rijtje beroemde koppen gefotografeerd uit de Nederlandse en internationale theater-, muziek- en literatuurwereld. Denk Jan Wolkers, Jan Cremer, Remco Campert, Kees van Kooten, JunkieXL. Maar ook filmregisseur Oliver Stone en frontman van de Tindersticks Stuart A. Staples. Het wensenlijstje is nog lang niet afgevinkt.

Rutger Hauer
Op de dag van het interview (november 2014) had hij eigenlijk in Friesland willen zijn. Om Rutger Hauer te fotograferen die daar een aantal maanden per jaar woont en er een lezing zou geven. Helaas bleek Hauer een filmklus tussendoor te hebben gekregen en ging de hele lezing niet door. Vandaar dat hij het vandaag met mij moet doen.

Alex is een man van weinig woorden. Niet dat hij niet kan lullen, maar toch, over zijn werk als fotograaf, dat is iets anders. “Eigenlijk praat ik nooit over mijn werk.” In zijn stamcafé wisten ze heel lang niet eens dat hij fotograaf was. En ondanks dat ik zo’n 3,5 uur op mijn opname-apparaatje heb staan, zoek ik nóg naar de woorden die van de onafgemaakte zinnen en de anekdotes iets samenhangends maken. Want wat maakt een foto in de ogen van Alex goed? Wat ziet hij dat iemand anders niet ziet?

“In zijn stamcafé wisten ze heel lang niet eens dat hij fotograaf was.”

Vóór deze interviewafspraak had ik mijn zinnen gezet op de landschappen die hij had geschoten. Een donkere onweerslucht in de Achterhoek, onschuldige wollige wolken in een enorme lucht boven een ‘schuldig’ industriecomplex. Het zijn foto’s die niet ophouden bij de rand van de foto. Ze geven een gevoel van eindeloosheid, dat vond ik er mooi aan.

Achterhoek // IJmuiden © Alex de Groot

Maar in het gesprek komen we toch vooral steeds weer uit bij de portretten. Maar uitleggen wat daar zo bijzonder aan is, ligt wat ingewikkelder. Dus zoek ik achteraf op internet naar de man waar hij stage liep, bestudeer ik de filmpjes en foto’s op de website van Alex. En langzaam wordt het wat duidelijker. Ik moet in ieder geval op zoek naar het licht. Of het tegenlicht. Dat geeft toegang tot het gevoel waar Alex het over heeft.

Onvermogen
Alex is eigenlijk heel pragmatisch, staat met beide voeten op de grond, maar in zijn werk is het vooral de intuïtie die het werk doet. Uitspraken als “het moet gewoon echt iets zijn” of “dat ik het gevoel heb, oh, dat is een mooie foto” typeren de moeite die het kost er echt woorden aan te geven.

Marcel van der Vlugt, de eigenzinnige fotograaf waar Alex zijn afstudeerstage liep, heeft hem echt leren fotograferen. “Die zei altijd: “Ik maak geen scherpe foto’s, ik maak mooie foto’s.” Verder zei hij nooit zo veel. Als je een vraag stelde antwoordde hij, “wat denk je zelf, ga daar eerst zelf maar eens over nadenken”. Volgens mij bedoelde hij dat je gewoon moet doen wat je zelf mooi vindt. Hij gooide alles omver wat ik geleerd had op die school. Hij ging ook heel anders met licht om. Heel veel gevoel in een foto leggen, dat heb ik vooral van hem geleerd.”

“Op het eind van mijn stage, zei hij: “Ik geef je een opdracht. ik hoor je zo vaak over Herman Brood, ik wil dat jij een foto van hem gaat maken.” Die eerste foto is gelijk op een cd terecht gekomen.”

Oplossen
“Ik maak geen scherpe foto’s, ik maak mooie foto’s”, het zou ook het motto van Alex kunnen zijn. Want lang niet alle foto’s zijn gestoken scherp zoals dat dan heet. Niet dat ze ónscherp zijn, maar je ziet dat het geen prioriteit is. Een foto is bij Alex nooit alleen maar een foto, het is een beeld. Dat is wat anders. Aan een beeld voeg je nog iets toe, geef je een accent, speel je nog een beetje met licht en donker en met alles wat ertussen zit. Dat is hoe de beelden gaan stralen. Licht wordt lichter. Verblindend. Tegenlicht. Het is alsof de beelden deels oplossen in het licht. Alsof er iets doorheen schijnt en dat je dan andere dingen kunt zien.

Iets soorgelijks gebeurt bij de foto’s van reflecties in ramen. Alex heeft er een aantal gemaakt: mensen weerspiegeld in een raam, een winkelruit. Daar waar je de mensen ziet, zie je tevens wat er achter het raam ligt uitgestald. Ook daar lost het beeld gedeeltelijk op. Het glas voegt een nieuwe laag toe, maakt transparant maar zorgt samen met het licht dat sommige dingen niet zichtbaar zijn. Ongrijpbaar.

1 minuut
Een man van weinig woorden, maar ook een man van weinig minuten. Alex heeft geen uren nodig om een foto te maken. Een half uur maximaal. Als hij een uur zou hebben? “Geen idee! Als ik er langer over doe, doe ik iets niet goed. Geleerd van Koos van Dijk (de manager van Herman Brood), die zei: “Je kent de concentratie van Herman, 1 minuut, dan moet het er op staan, zeker de groepsfoto, 1 minuut heb je”.

Herman Brood // Jan Wolkers © Alex de Groot

We hebben het over de overgang van analoog naar digitaal. Vroeger maakte Alex veel van zijn portretfoto’s met een Hasselblad. Een groot verschil met de digitale camera. Hij wijt zelfs een vroegere mindere periode als fotograaf aan die overgang. “Je kijkt anders met die Hasselblad. Ten eerste zie je alles in spiegelbeeld. Daar ga je mooiere foto’s van maken. En je zit er veel meer in. Je hebt een filmrolletje met maar twaalf opnames, dus dan moet het wel echt goed zijn. Nu, met die digitale camera denk ik: niet geschoten is altijd mis. Maar het uitzoeken van al die foto’s, ik word er gek van!”

“Ik wil ook al jaren weer met de analoge Hasselblad fotograferen. Want de scherpte ja, ik weet niet, het heeft gewoon iets. Het filmpje ervoor ligt nog steeds in de koelkast, dat zal inmiddels wel over datum zijn.”

En de donkere kamer? “Ik heb geen seconde heimwee naar de donkere kamer. Daar heb ik zoveel in gestaan met haastklussen tot diep in de nacht en dan om 9 uur op de redactie staan.”

“Dát vind ik wel jammer, ik zie niemand meer. Ik weet niet eens hoe mijn opdrachtgevers er uit zien. Ook collega fotografen, die zag je altijd bij het lab, moest je een tijdje wachten, dan sprak je mekaar nog eens. Nu zit ik alleen nog maar in m’n auto op weg naar een opdracht en vervolgens achter m’n computer. Dan stuur je het weg per mail en dat is het.”

Een act
“Ik doe eigenlijk heel veel acteurs en actrices en schrijvers. Maar ik ga nooit naar het theater en ik lees ook nooit een boek. Ik vind het interessant dat ze bekend zijn. Dat fascineert me. Maar wat ze dan precies hebben gedaan…. Ik wéét wel alles, maar het lezen of er naar toe gaan… nee.”

De boekenkast van Alex bevat dan ook niet bijzonder veel boeken. Ik tel er 31. Charles Bukowski en ‘Turks Fruit’ zijn aan de verkleuring te zien het oudst. Ook het plankje met fotoboeken is niet vol. Boeken met werk van Anton Corbijn, Ellen von Unwerth, maar ook over DDR design en de Surrealisten. Bewijst maar weer dat je fotograferen niet leert uit een boekje!

Alex heeft geen visie. Zegt hij zelf. Schrijfster Hermine Landvreugd tekende het twintig jaar geleden al op uit de mond van Alex in een begeleidende tekst bij een expositie. Alex vertelt haar: “Mijn vriendin zegt, je bedoelt wel wat met die foto’s, jouw houding is een act. Maar ik doe echt gewoon maar wat.”

Verbeelding
En toch, voor veel foto’s van Alex geldt dat je verbeeldingskracht vermoedt. Het is niet zo belangrijk dat iets ‘goed’ gefotografeerd is. Het gaat er om dat je iets vastlegt dat nog niemand heeft gezien. Dat je het zelf zo niet zou kunnen verzinnen, iets onverwachts. Dat is jouw kijk op de wereld, sterker nog, het is jouw wereld. Dat is misschien nog niet meteen een visie, maar het zou wel de reden kunnen zijn waarom de foto’s van Alex aanspreken: je had het niet zelf kunnen bedenken om het zo te doen. Alex is op zoek naar iets onverwachts. Meestal vindt hij dat in de tijd ná dat de officiële foto voor de opdrachtgever is gemaakt. Nog even iets uitproberen, nu we hier toch zijn, die gedachte.

Het is niet zo belangrijk dat iets ‘goed’ gefotografeerd is. Het gaat er om dat je iets vastlegt dat nog niemand heeft gezien.”

Gedichten
Over onverwachte dingen gesproken. Spittend door het Facebook-profiel van Alex, kom ik een paar gedichten tegen van ene P.B. Huizinga.
Gedichten. Alex. Ik kan het niet goed plaatsen. Als ik hem er naar vraag is de verrassing nog groter: ze blijken van hemzelf te zijn. “Uit de net niet verschenen bundel met een fantastische titel waar ik even niet meer op kan komen.”

Het is een spel. Net als dat lijstje met beroemdheden die nog moeten worden vastgelegd: Keith Richards staat op één, Johan Cruijff op twee, op drie Paul Verhoeven. En Rutger Hauer natuurlijk. Gewoon kijken of je het voor elkaar kunt krijgen, hoe ver je komt. Op een feestje van advocaten zijn en daar Jan Cremer aanspreken. Of hij hem een keer mag fotograferen. De Bijenkorf binnenlopen omdat je weet dat er schrijvers signeren. Hup, foto en mini-filmportetje van Franka Treur. Bij een boekpresentatie in de Kleine Komedie net zo lang met een vriendin (die hij weer ergens anders van kent) van Gummbah staan praten tot ook hij instemt met een foto ondanks zijn aanvankelijke weigering.

Verhaal
Het zijn ook niet zozeer zijn foto’s die hij mooi vindt, het gaat Alex vooral om het verhaal van de foto. Hoe die ontstaan is. De kinderen van een vriend die plakband op elkaars ogen plakken en die hem zo het idee voor een foto geven. Of over de foto van Stuart A. Staples, de zanger van de Tindersticks en hoe oersaai het na afloop van het concert was in de kleedkamer. “Ik was hartstikke blij dat ik die foto had gemaakt, maar achteraf dacht ik, het is helemaal geen interessante man. Maar goed, het is wel de zanger van de Tindersticks en ík weet hoe het er bij hun in de kleedkamer aan toe gaat!”

Trompet // Plakband © Alex de Groot

Visie
Alex zegt wel dat hij geen visie heeft. Maar ik ben er niet van overtuigd. Ik vraag het twee mensen die hem goed kennen, een collega en een goede vriendin.

Reclameman, fotograaf, filmer, schilder en ex-koffiebrander Roemer Overdiep werkt regelmatig samen met Alex bij het maken van filmpjes. Roemer over de manier waarop Alex te werk gaat: “Hij breekt in op ongepaste momenten en zet dan door. Alex gaat helemaal in een persoon zitten. Letterlijk en figuurlijk. Hij gaat overal dwars doorheen, durft ook alles. Dat heb ik helemaal niet.” Is dat het ‘geheim’ van Alex? Het is in ieder geval hoe Roemer het ziet: “Alex trekt zich niks aan van normale omgangsvormen. Hij maakt mensen zelfs een beetje chagerijnig, geïrriteerd en dan ‘ploep’. Heeft hij weer helemaal het goeie moment te pakken.”

Aan Pieke Gunsing vraag ik of ze het eens is met Alex als hij zegt dat hij geen visie heeft. “Nee… ik denk niet dat hij geen visie heeft, maar ik snap wel dat hij dat zegt, het past bij hem.” Ik beaam het dat Alex er het type niet naar is om zichzelf van een afstandje te bekijken.

Pieke: “Alex heeft een goed oog voor de binnenkant van mensen, en die binnenkant brengt hij naar buiten in een foto. Maar het zou best kunnen dat hij zich daar niet van bewust is, dat hij dat daarom zegt.”

Intuïtie
Alex schept met zijn foto’s een eigen wereld. Een wereld van verhalen en verhaaltjes, hij speelt met verwachtingen en toevalligheden. Onbewust en intuïtief. Vervreemdend, er niet precies de vinger op kunnen leggen. Er over praten in niet-afgemaakte zinnen. Maar je begrijpt de bedoeling.

Een beetje zoals Maarten van Roozendaal dat deed in ‘Red mij niet’: “Laat mij in mijn zeven sloten / Laat mij de draad volslagen kwijt / Aan gezelligheid ten onder / Richting eindeloze tijd / Uit volle borst op weg naar nergens / Zonder reden, zonder doel.”

Of zoals Nico Dijkshoorn het in zijn Volkskrant-column naar aanleiding van de dood van Vlaamse volksrocker Luc De Vos verwoordde: “(…) hij heeft mensen in de ziel geraakt door op intuïtie de goede woorden naast elkaar te zetten. Er gelden geen taalwetten in dit liedje. Alles kan. Het is een op het eerste gehoor onbegrijpelijke tekst, die je doet nadenken over je eigen leven.”

Geen wetten, geen visie. Wel intuïtie en verbeelding. Dáár moet je het mee doen!

© Quirine Reijman, 13 november 2014